Veilig in Nederland? Ontmoet Lya

LGBT+-vluchtelingen komen naar Nederland op zoek naar een veilige omgeving om in te leven. Als ze eenmaal asiel hebben aangevraagd, worden ze vaak gedwongen om op gevaarlijke plekken te wonen, waar ze te maken krijgen met pesten, discriminatie en mishandeling. Doen we wel genoeg om hen te beschermen? Secret Garden interviewde een van de LHBT+ vluchtelingen die vindt dat we hen beter kunnen beschermen.

Ik ben opgegroeid in Beiroet en woon sinds 2019 in Nederland. Het leven in Libanon was als in een huis met veel kamers, behalve dat je sommige kamers niet kunt openen. Sinds ik heel jong was, wist ik dat ik op mannen viel. Maar toen ik opgroeide, besefte ik dat het onmogelijk was om open over mezelf te zijn. Ik kende verschillende mensen die wegens homoseksueel gedrag bij de politie waren aangegeven en zonder enig echt bewijs in de gevangenis waren gezet.

In Beiroet werkte ik als animator voor een NGO genaamd War Child,  die psychosociale steun verleende aan Syrische kinderen die aan de oorlog waren ontsnapt. Ik leef sinds 2015 met HIV en verloor mijn baan toen War Child naar Cyprus verhuisde. Op dat moment werd mijn leven extreem moeilijk. Ik kon geen andere baan vinden en ik zat zonder adequate gezondheidszorg in een land waarvan de regering geen enkele steun biedt aan mensen die leven met HIV.

In 2018 vertrok ik naar Turkije om te kijken of ik een nieuw leven voor mezelf kon opbouwen en kwam ik terecht in een stad dicht bij de Syrische grens. Helaas liep het daar niet zo goed met me af. Een van de ergste dingen was dat ik geen arts kon vinden die me hiv-medicijnen wilde voorschrijven. Dit was ook de tijd dat ik me erbij neerlegde dat ik een transpersoon ben. Na een paar maanden keerde ik terug naar Libanon. Maar al snel kwam mijn familie achter mijn wens om de transitie naar het andere geslacht te doen en mijn moeder schopte me zette me uit huis. Toen besloot ik naar Nederland te gaan om asiel aan te vragen. Elie, van Secret Garden, gaf me informatie over het Nederlandse asielsysteem en hielp me uitzoeken wat ik moest doen toen ik hier aankwam.

Na mijn registratie in het opvangcentrum voor vluchtelingen (AZC) in Ter Apel, werd ik van het ene vluchtelingenkamp naar het andere verplaatst. Het kamp in Budel was verreweg het ergste. Het ligt in een zeer geïsoleerd gebied naast een snelweg. Het is een gevaarlijke plek voor LGBT+ mensen. Gedurende de tijd dat ik daar verbleef, ben ik herhaaldelijk lastiggevallen. Het plaatselijke personeel van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) deed niet veel toen ik hun om hulp vroeg. Een tijd lang moest ik naast een man wonen die mijn leven tot een hel maakte. Ik vroeg om overgeplaatst te worden naar een ander kamp. Maar het personeel van het COA stemde er alleen mee in mij over te plaatsen naar een ander huis binnen hetzelfde kamp, wat niet echt een einde maakte aan de pesterijen, omdat ik deze man nog steeds zou ontmoeten en aan zijn mishandeling zou worden blootgesteld. Er zijn genoeg klachten over Budel van LGBT+ mensen die door andere vluchtelingen zijn lastiggevallen. Het COA negeert deze klachten of doet er heel weinig aan.

LHBT+ asielzoekers hebben veilige huisvesting nodig en een systeem dat hen beschermt. In de vluchtelingenkampen in Arnhem en Wassenaar trof ik twee LHBT+ contactpersonen die voor ons zorgden en ons een veilig gevoel gaven. Mijn ervaring in die kampen was positiever. Ik heb goede herinneringen aan een COA-medewerker, Donna, die ongelofelijk behulpzaam was. Eens per week organiseerde ze een bijeenkomst voor LHBT+’ers, waardoor we ons verbonden en gesteund voelden. Een andere COA-medewerker, Nikkie, was ook erg behulpzaam. In Arnhem en Wassenaar maakte de mogelijkheid om een kamer te delen met andere LHBT+’ers – niet beschikbaar in Budel – een enorm verschil voor mijn welzijn en dat van mijn vrienden.   

In Libanon was ik doodsbang om mijn genderidentiteit in twijfel te trekken en mijn seksualiteit te beleven. Mijn komst naar Nederland heeft me in staat gesteld om mezelf te uiten en trouw te zijn aan wie ik wil zijn. Ik identificeer me nu als non-binair en werk als activist voor Trans United Europe, een organisatie die zwarte mensen en mensen van kleur (bpoc) ondersteunt, die zich identificeren als trans. Door het activisme dat ik doe en door de vrienden die ik in Nederland heb gemaakt, ben ik een gemeenschapsgevoel gaan waarderen dat me hoop geeft voor de toekomst.

Toch is Covid erg zwaar geweest voor asielzoekers zoals ik. De pandemie trof Nederland toen ik in het kamp in Wageningen zat. We kregen toen te horen dat de Immigratiedienst (IND) een tijdje zou stoppen met de behandeling van onze aanvragen. Het voelde als een klap in mijn gezicht, vooral omdat ik al 9 maanden aan het wachten was: bedenk dat ons was verteld dat de gemiddelde tijd voor het verwerken van aanvragen 6 maanden was. Ik begon de meest verschrikkelijke gedachten te krijgen, zoals dat ik zou sterven aan Covid voordat ik de kans zou krijgen om het leven te leiden waar ik zo wanhopig op heb gewacht. De gezondheidsvoorschriften in het kamp waren een beetje een lachertje. Veilige afstand bewaren, bijvoorbeeld, is bijna onmogelijk in de praktijk te brengen. Ik deel een kamer van 4m² met nog 3 andere mensen en we raken allemaal dezelfde dingen aan. Als er één stoned wordt, worden we het allemaal. Ik heb me veel zorgen gemaakt over wat het zou betekenen voor iemand met HIV zoals ik om ziek te worden met Covid. Daarom ben ik onlangs begonnen met het nemen van anti-angst medicijnen. Ik doe mijn best om voor mezelf te zorgen, want het asielstelsel zorgt op dit moment niet echt voor mensen zoals ik…

*Nederland biedt nog steeds geen aparte huisvesting voor LGBT+ asielzoekers.