Er bestaan slechts een paar boeken in het Arabisch waarin openlijk over seksualiteit wordt gesproken. Nog minder boeken
hebben homoseksualiteit als onderwerp, en geen enkel boek raakt aan transseksualiteit. Geen enkel boek, dat wil zeggen,
totdat Hazem Sageigh een biografie schreef over een pionier in de ondergrondse arabische transgenderbeweging en haar verhaal
vertelt over vrouw worden in Algerije. 'Muzakerat Randa Al-Trans' ('The Memoirs of Randa the Trans'), uitgegeven in 2010,
beschrijft Randa's worsteling om tot haar identiteit te komen, in een strijd met haar familie, de maatschappij en de religie.
Mooi geschreven en met ongekende openheid voert het verhaal terug naar Randa's leven van jonge jongen tot haar eerste seksuele
ervaringen met een man, een episode, die beschreven wordt in het hier volgende stuk tekst, vertaald door de Arab-Israeli Book Review.
'Mijn naam is Randa'
Ik wilde steeds mijn naam veranderen. Ik voelde wat gekoloniseerde landen gevoeld moeten hebben toen ze, op het moment van het
bereiken van onafhankelijkheid, zich haastten een andere naam voor zich te kiezen dan de naam die de kolonisator hen gegeven had.
Je bestaan, voelde ik, kan niet volwaardig zijn, tenzij je naam identiek is met je persoonlijkheid; noch kan je je authentiek aan
de wereld laten zien, of jezelf correct identificeren, wanneer je naam in tegenspraak blijft met wie je werkelijk bent.
Ooit dacht ik dat ik mezelf de naam Miriam zou geven. Het vereerde standbeeld van Miriam (Maria) en haar symbolische representaties
in het Christendom weerhielden me niet, hoewel ik een moslima ben. Een brandende obsessie had bezit van me genomen om van Fouad af
te komen, mijn mannelijke naam: Fouad moest dood; ik moest hem doden en begraven. Ik koos uiteindelijk de naam Randa, de naam die
mijn moeder me had verteld die ze mij zou hebben gegeven als ik als meisje geboren zou zijn.
Mijn naam was me ontnomen net zoals de persoon die ik het liefst wilde zijn mij ontnomen was. Toen ik veertien was, vond ik het
heerlijk om kleding te naaien voor mijn broers en zusters en mijzelf. Ik vond mijzelf een goede klerennaaister, maar ik werd grof
afgewezen omdat naaien, werd gezegd, voor meisjes was. Zelfs nu nog leidt dit van een natuurlijk pad afgeworpen verlangen mijn
herinneringen terug naar onze naaimachine, naar de scharen, de naald en draad.
Koken vond ik ook leuk, ik bereidde heerlijke gerechten, die iedereen die ze proefde lekker vond. Maar mij werd verteld dat het
een schande was die elke beschrijving tartte, voor een man om in de keuken te staan. Ik wachtte steeds tot mijn familie de deur
uit was voordat ik de keuken inging om de gerechten klaar te maken waarover ik gedroomd had. Ik volbracht dit allemaal alsof al
dit een geheime activiteit was die bij wet verboden was, en zodra ik klaar was haastte ik me alle sporen uit te wissen, deed de
afwas van alle potten en pannen, en ik ventileerde het hele huis om van de kookgeur af te komen, zodat mijn familie, als ze
onverwacht terug zou komen, me niet op heterdaad zou betrappen. Hoe ingewikkelder de gerechten waren, hoe leuker ik het vond om ze te bereiden.
Hetzelfde gebeurde toen ik ontdekte dat ik buikdansen leuk vond. Ik vond het heerlijk om te dansen, subtiele bewegingen te maken,
in het bijzonder die bewegingen die vrouwelijkheid uitstraalden en sensuele signalen afgaven. Het verlangen om buikdansen te
beoefenen bleef heel lang bij mij. Ik keek graag naar TV-programma's over dansen, met de bedoeling bij te leren, maar dit was
vanzelfsprekend niet een wens die ik ooit zou kunnen wensen te vervullen. Dit soort dingen was voor vrouwen. En ik, helaas, ik was een man.
Ik wilde ook graag mode-ontwerper worden. Opnieuw werd ik grof teruggewezen. Daar kan je geen brood mee verdienen, werd gezegd.
Maar bovenal: het was niks voor mannen. Maar ik hield toch vol, hoewel het voelde alsof ik een berg moest beklimmen op blote
voeten. Het voelde alsof ik alleen met tranen en bloed mijn echte identiteit moest bevechten en die ruimte kon veroveren die
ik alleen in mijn verbeelding vond.
Er wordt van vrouwen verwacht dat ze minder eten dan mannen zodat ze slank blijven, dus hongerde ik - tot ik anorexia kreeg. Net als
alle anderen die geobsedeerd zijn door slankzijn, voelde ik me vies en schuldig telkens wanneer ik iets at, en snelde ik weg om over
te geven. Vol met eten te zijn verafschuwde ik, en het zorgde ervoor dat ik me wilde schoonmaken. Ik had geen controle over de
binnenkant en dieptes in mijn lichaam, dus nam ik de verzorging van de buitenkant op me. Ik kon er tenminste voor zorgen dat het
lichaam er van buiten af niet uitzag als een man.
Deze zorg over mijn uiterlijk terzijde - er bleven existentiële vragen bestaan. Ik vroeg me voortdurend af: wie ben ik? Wie was
deze persoon wiens naam en geslacht tegen zichzelf gekeerd leken? Wiens lichaam niet eens het eigen lichaam genoemd kon worden,
beroofd van hobby's en bronnen van plezier? En waar verwacht je dat ik naar de zin van dit alles kan zoeken, in deze kleingeestige
wereld, een wereld waarin zingeving in het bijzonder het minst ruimhartig verdeeld wordt?
Het is onmogelijk gewoon te bestaan temidden van het Algerijnse volk, werkend of op straat, niets dan een spookachtig leven te
leiden, zonder aan de eigen innerlijke behoeftes te mogen voldoen. Te leven als iemand die naar binnen kijkt en vermoedt dat er
daar geen zelf is. Nog erger, om te leven onder zulke strenge verboden en onwetendheid, dat je daar zelf in gaat geloven en dan
maar opgeeft.
Mijn zoektocht naar namen en zingeving had weinig succes in een wereld die me bleef veroordelen en afwijzen, zonder me ook maar
de geringste acceptatie te gunnen.
Toen ik veertien was hoorde ik het woord Gay voor de eerste keer. Het werd uitgesproken in het Engels, waarschijnlijk omdat de namen
van homo's, en homoseksualiteit in het algemeen, in het Arabisch vaak beledigend worden gebruikt. Ik dacht in die tijd dat iedere
gay-bottom zichzelf als een meisje zag, en dat de hele lichaamstaal vrouwelijk werd.
Ik was verward. Mijn verstand hing in een vacuüm. De verbinding tussen woorden en dingen bleef onbeslist, onzeker. De vrijheid
die ik tot mijn beschikking had betekende weinig; het bestond uit de vrijheid van de anderen. En de vrijheid die ik zou willen hebben,
om te genieten, de vrijheid die ik zo wanhopig zocht, maar niet kon krijgen, had alle betekenis verloren. Ik voelde
me alsof men mij
in een vrieskist had bewaard. Mijn vrijheid was ingevroren en uitgesteld. Het bewustzijn daarvan kwam pas langzaam en laat.
Maar toen ik zestien was, gebeurde er iets. Er verscheen een scheurtje in de wand van geheimhouding en een beetje nieuw licht schimmerde
er doorheen. Ik begon naar pornofilms te kijken. Ik draaide het geluid op zacht in mijn kamer en bekeek de kanalen voor volwassenen. In
het bijzonder bekeek ik het mannelijke orgaan van de acteur, erect en potent.
Wanneer de acteur de vrouw nam, in publiek, fantaseerde ik dat hij mij nam in haar plaats. Midden voor het publiek, in het licht van
de zon, voor de neus van al die mensen. Hij is de man en ik ben de vrouw.Tijdens zulke sessies vol van fantasie streelde ik mijn lichaam,
maar vermeed aanraking van de penis. Dit was alleen voor mij, en niet voor dat ding. Ik fantaseerde erover dat de penis van de acteur bij
mij binnendrong, in welke opening hij maar wilde. Ik was graag bereid hem overal binnen te laten gaan.
Overheersing door een man werd een bron van opwinding en plezier voor me. De kracht van een man en zijn potentie wonden me op, en maakten
wakker wat zolang in slaap was geweest. De meest aantrekkelijke man die mij zou domineren, was een donkerhuidige hengst. Ik wou dat hij
sterk was, mijn billen zou aanraken en me zou opwinden, maar niet dat hij me pijn zou doen. Ik ben geen masochiste; ik had nooit fantasieën
over verkrachting. Hij moest sterk zijn, en toch vriendelijk, gepassioneerd en zorgzaam; iemand vol lust en liefde, die zijn partner steeds respecteert.
Het leek er veel op dat ik in mijn fantasie een man had gecreëerd, die je onmogelijk kunt vinden in de echte wereld. Iemand die aan de ene
kant de mythe van de oermens vertegenwoordigt, en aan de andere kant deze kant weet te temmen, zodat hij verandert in een tweede mythologische,
niet-bestaande man. Ik weet niet of ik bezig was te proberen om het verleden aan de toekomst te verbinden, de man, van wie ik wilde dat hij me
zou overweldigen, vast te maken aan de vrouw die zich wilde verdedigen tegen zijn invasie. De porno op televisie droeg me een wereld binnen die
allerlei fantasieën stimuleerde, en mijn fantasie groeide en ging op reis.
Ondanks alle ups en downs zag ik mezelf een eerste serieuze relatie aangaan. Malek hield echt van mij, maar hij had eigenaardige woedeaanvallen
en een niet aflatende drang naar zelfvernietiging. Iedere keer dat ik een van zijn verzoeken afwees, strafte hij mij, of zichzelf door zich te
verwonden met scherpe voorwerpen. Het was verschrikkelijk en absurd, en toch riep het in ons alle twee een buitengewoon verlangen op waarin de
dood was verweven met liefde en lustgevoelens. Het was niet makkelijk voor me. Dit was mijn eerste verhouding en ik voelde nog steeds onwilligheid.
Ik aarzelde altijd voordat ik mijn lichaam aan hem kon geven. Ik geloofde dat de Islam homoseksuele relaties veroordeelt. Maar was ik wel een man?
En waarom vertelt de Islam mij dat ik een man ben? Maar serieus, wat vertelt mijn geloof hier nu echt over?
Met Malek leerde ik mijn lichaam beter kennen. Ik onderkende alle bijzonderheden als de mijne. Wanneer we samen naar bed gingen, behandelde
Malek onze relatie als een simpele homoseksuele verhouding. Dat deed ik niet. Wanneer hij me penetreerde, en ik een erectie had, voelde ik me
beschaamd; ik had een vrouw moeten zijn. Malek begreep mijn reactie niet, en mijn beste vrienden begrepen me evenmin. Wie zou er niet willen
toegeven dat het grootste plezier voor een man zijn penis is, terwijl het voor de vrouw haar gehele lichaam is? Het plezier is langduriger voor
een vrouw; dat is waar mannen bang voor zijn en wat ze niet willen toegeven.
Een climax behalen bleef steeds veel kosten; het was ofwel vermengd met grote pijn of het werd erdoor gevolgd. En de dingen werden alleen maar erger.
Op een nacht keerde ik naar huis terug na een avond met Malek en trof mijn vader zittend in de keuken aan. Ik nam aan dat het feit dat hij was
opgebleven niets met mij te maken had, wellicht kon hij slecht inslapen wegens wat problemen op zijn werk. Maar zonder enige waarschuwing begon
hij me te vertellen dat iemands reputatie vanaf zijn kinderjaren wordt opgebouwd, en hoe ik, Fouad, niet uit een normale familie stamde maar uit
een welbekende clan. Hij ging door en stelde me retorische vragen: wat zullen de mensen zeggen als jij doorgaat met je zo te gedragen? Wil je dat
ze je belachelijk maken? Dat ze jou zullen behandelen zoals ze de burgermeester hebben behandeld?
De burgermeester van het dorp was homoseksueel, en de mensen noemden hem Pamela, naar Pamela Anderson. Ik schakelde af. Ik hoorde zijn stem niet
meer, noch de stemmen van de mensen op straat die nog niet sliepen. Ik zag alleen maar zijn lippen bewegen, hoe ze steeds van vorm veranderden
alsof ze van elastiek waren, het was alsof ik naar een stomme film keek. Mechanisch en nerveus begon ik wat te eten, in de hoop dat hij me met
rust zou laten. Maar toen ik mijn ogen opsloeg en zijn lippen nog steeds zag bewegen, verliet ik hem, zonder om zijn toestemming te vragen en
haastte me naar mijn kamer. Ik scheurde de posters van de muur en gooide mijn boeken en spullen door de kamer.
Ik was woedend. Als ik dan zo slecht was, dan was het de schuld van mijn ouders' opvoeding, of doordat ze zelf iets verkeerd hadden gedaan, of
door iets wat hen was aangedaan. Mijn woede leek niet meer te stoppen, ik wierp mezelf over de dingen die ik had kapotgemaakt en door de kamer
gesmeten had. Ik wist niet of ik nu mijn ouders strafte of mijzelf, of ik nu mijn eigen neigingen en stemmingen wilde aanvallen, of slechts mijn
lichaam wilde vermoeien die hele nacht lang. Ik viel in slaap.
De volgende dag gebeurde er iets verrassends. Ik verwachtte dat mijn moeder me bestraffend zou toespreken over wat ik had gedaan in mijn kamer,
ik had me voorbereid op een onafwendbare confrontatie, oefenend voor de te verwachten reeks van: 'Als zij dit zegt, dan zeg ik dat, en als ze me
hiervan beschuldigt, dan zeg ik dat en dat. En als zij haar stem gaat verheffen, dan verhef ik de mijne!'
Maar tot mijn grote verbazing zag ik haar lachen op een voor haar ongewone, besmuikte manier, alsof er niets bijzonders was voorgevallen. Ze
leek te zeggen: 'Probleem opgelost, afgelopen en uit!' Ik vermoed dat zij, de sterkere van mijn beide ouders, mijn vader het een en ander had
voorgehouden. En misschien wel daarom voelde ze dat ze niet kwaad hoefde te worden op mij voor wat ik had uitgehaald. De streep die ze had
willen trekken, was getrokken, en dat was dat, punt uit.
Maar niemand kan beweren dat het daarmee afgelopen was, wie kon nu zeggen dat dit het einde was van een kwestie die mijn hele leven, mijn
lichaam en verlangens betrof? De onontkoombare vraag kwam weer op: voor welke misdaad werd ik dan toch bestraft? Als ik in reïncarnatie zou
geloven, dan zou ik denken dat ik voorheen een dictator of een moordenaar was geweest, en nu moest boeten voor mijn daden, in dit huidige leven.
Het verhaal had een einde nodig en dit einde moest mijn eigen einde zijn, geloofde ik. Dus leende ik de auto van mijn vader, en gaf voor dat ik
wat inkopen moest doen, en ik probeerde mezelf met de auto van een heuvel af naar beneden te storten. De auto verongelukte, maar ironisch genoeg,
doordat ik geen veiligheidsriem droeg, kwam ik vast te zitten tussen de beide voorstoelen en overleefde - ongelukkigerwijs.
Oproep:
Wij zoeken regelmatig tijdelijk en gratis onderdak voor homo's, lesbo's en transgenders die, door hun seksuele identiteit, uit hun land moesten
vluchten of, ook in Nederland, door hun familie op straat zijn gezet. Deze mensen hebben dit nodig omdat zij worden gediscrimineerd en soms
zelfs met de dood bedreigd.
Uit bovenstaand blijkt dat aan het verblijfadres, buiten de Stichting, geen bekendheid zal worden gegeven, zodat het voor alle partijen veilig
is en blijft. Wij vragen geen ***-onderdak, maar wel veiligheid voor onze cliënten. Wij zullen, ook in overleg met andere hulpverleners, er voor
zorg dragen dat het verblijf per keer zo kort mogelijk zal zijn en er zo snel mogelijk een definitieve oplossing wordt gevonden.
U kunt zich aanmelden bij de Stichting Secret Garden, die dan snel contact met u zal opnemen voor een gesprek zodat we e.e.a. kunnen kortsluiten
en de cliënten zo snel mogelijk een veilige plek kunnen bieden.
Ons telefoonnummer is 020-7786120 of 06 14 10 84 42
Manal (26)
Een gerucht was genoeg voor een doodvonnis
Manal kijkt me met haar zwaar opgemaakte ogen onderzoekend aan en verifieert voor de zoveelste keer of haar truitje niet te veel van
haar boezem onthult. Veel geluk had ze niet maar toch dit: dat ze het kind is van een gynaecologe die al gauw in de gaten kreeg dat er
iets niet klopte. Ze liet haar zoon Malik op zijn zesde onderzoeken en kreeg te horen dat het hij kampte met een fysiologisch onevenwicht.
"Het is je schuld niet, lieverd, Zei mijn moeder, je lichaam maakte te veel vrouwelijke hormonen aan. En toen ik later stoppels kreeg,
en scheren verschrikkelijk vond, zei ze dat ik zoals mijn zusjes moest doen en waxen. En daarmee was tussen ons alles duidelijk."
Manal's moeder droeg Malik zonder veel poespas ten grave, maar in de buitenwereld lag dat even anders. "Ik werd gepest op school, uitgescholden
op straat. En daar kon de liefde van mijn moeder, die korte tijd na de geboorte van mijn broertje ook nog weduwe werd, weinig aan veranderen.
Ze moest zelf uitkijken." Als moeder van Manal bezoedelde ze immers de eer van de clan.
En toch. Het getreiter uit haar kinderjaren zou klein bier blijken in vergelijking met wat Manal na de Amerikaanse invasie te wachten stond.
"Een gerucht was voldoende voor een doodsvonnis. Ik werkte als kapster bij mensen thuis, maar vanaf de lente van 2003 kwam ik nauwelijks het
huis uit. Ik verplaatste me alleen per taxi en droeg steevast een korset om mijn borsten te verhullen die door de vrouwelijke hormonenkuur
prominenter waren geworden."
Die bescherming zou op een dag in augustus 2007 evenwel futiel blijken, toen Manal bij een controlepost van de Mahdi-militie uit de taxi
moest stappen. Tot haar verbazing zag ze dat de chauffeer even later werd weggestuurd."
"Eerste ontdekten ze mijn kapperspullen, ik kwam net van een klant. Ze noteerden mijn gegevens en mijn mobiele nummer en begonnen me
hardhandig te fouilleren. Een van de jongemannen ook met een grijnslach het korset los en zwaaide ermee als betrof het een trofee. Dat ze
een feestje konden bouwen, reageerde een van de anderen, waarop ze me met z`n drieën gewelddadig verkrachtten."
Meer dood dan levend is Manal die avond thuisgekomen. Haar moeder wilde haar naar het ziekenhuis brengen, maar dat was te gevaarlijk. "In de
volgende vier maanden hebben de lui mij tien keer opgebeld. Ik ben er twee keer naartoe gegaan. Ze hadden me gewaarschuwd dat ik de keuze
aan mij was. Als ik niet vrijwillig opdaagde als ze belden, kwamen ze me thuis afmaken."
Voor Manal's moeder stond een ding ondertussen vast, dat ze het land uit moest, in Irak had ze geen toekomst meer. "Op 29 mei van vorig
jaar ben ik vertrokken. Ik wilde niet. Mijn moeder is de lucht die ik adem, haar achterlaten viel me verschrikkelijk zwaar. Maar ze hield
voet bij stuk en wilde dat ik naar Nederland vluchtte. Daar zul je gerespecteerd worden, beloofde ze, in Nederland kunnen mannen zelfs
met mannen trouwen."
Manal vroeg juni asiel aan, maar werd tot dusver geweigerd. Den Haag twijfelt er niet aan dat ze uit Centraal-Irak afkomstig is, noch
dat ze transseksueel is. Maar haar vluchtrelaas wordt incoherent bevonden. "Vandaag ben ik gelukkig", zegt ze terwijl we teruglopen
naar het station, vanwaar ze samen met Houssain de trein zal nemen naar het asielzoekerscentrum. "Mijn stem werd gehoord, ze legde een
lange reis af. Van de kamer van mijn moeder in Bagdad naar jouw lezers. Bedankt."
Aan Manal is inmiddels een verblijfsvergunning verlengt.
MOVING PINK: GEWOON ANDERS!
MOVING PINK presenteert tijdens de GAY PRIDE WEEK (30 juli t/m 5 augustus 2012) op drie verschillende punten in Amsterdam zes tentoonstellingen
van foto's en films van, voor, met en door kunstenaars uit Midden-Europa, het Midden-Oosten, Zuid-Amerika en Nederland.
De tentoonstellingen laten zien hoe gewoon het 'anders zijn' is en hoe de Gay wereld wereldwijd in beweging is. Speciale aandacht zal er worden
besteed aan Dames liefde, Transgenders, Allochtonen en Ouderen.
'Anders zijn' wordt gepresenteerd in een lichte toonzetting, niet als probleem, met humor als relativerende herkenning van pijnlijke situaties.
Moving Pink nodigt u uit om tijdens de Gay Pride week een tocht te maken langs de expositielocaties op de punten van de ongelijkbenige Roze
driehoek: Haarlemmerdijk, Spui, Montelbaanstoren.
In overleg met Woonzorgcentrum De Rietvinck zal de documentaire getoond worden "Villa Avondroze" van Tjarda Hoekstra, over de eerste
bejaarde Gay bewoners van het L.A. Rieshuis, ernaast.
Een aankondiging in uw blad, liefst een verslag en ook een redactioneel commentaar is zeer welkom.
MOVING PINK is een initiatief van Galerie Hooffzaak en Galerie W1F, die voor deze tentoonstellingen samenwerken met Stichting Secret Garden en
het Tsjechisch Centrum Rotterdam.
Verhalen uit het Midden-Oosten
Coming Out verhaal: We zijn niet meer in Cairo.
Ik schrijf dit artikel in angst. Angst voor mijn land, angst voor mijn familie en angst voor mezelf. Mijn ouders zullen geschokt zijn om het
te lezen, zij zullen zeker liever hebben dat ik in de schaduw blijf en zwijg, althans voorlopig. Maar ik kan het niet.
In januari 2011 heb ik Egypte met een zwaar hart verlaten. Ik reisde naar Amerika met achterlating van mijn familie, vrienden en landgenoten
die zich middenin het instappen voor een heroïsche reis naar zelfbeschikking bevonden. Ondanks het geluid van geweerschoten in de straten en
de beelden op CNN van Anderson Cooper die herhaaldelijk op het hoofd werd geslagen, ging ik weg in de hoop dat ik zou terugkeren naar een
meer tolerante en gelijkwaardige samenleving. Terwijl ik profiteerde van een bevoorrecht leven als Omar Sharif's kleinzoon, was het altijd
in combinatie met het zware schuldgevoel dat een dergelijke positie gebaseerd zou kunnen zijn op het zweet en de tranen van anderen.
Een jaar na het begin van de revolutie ben ik niet meer zo hoopvol.
De verontrustende resultaten van de recente parlementsverkiezingen hebben de secularisten een bijzonder verwoestende klap toegedeeld. De
visie voor een vrijer, meer gelijkwaardig Egypte - een visie waarvoor, om haar te zien realiseren, veel jonge patriotten op het Tahrirplein
hun leven gaven - is gekaapt. Het volledige spectrum van gelijke rechten en mensenrechten zijn nu splijtende problemen, die door zowel de
Hoge Raad van de Egyptische strijdkrachten als de islamitische partijen gebruikt worden, terwijl zij beschouwd zouden moeten worden als
universele waarheden.
Ik schrijf dit artikel, ondanks de inherente risico's, omdat als we niets doen aan wat we hoopten dat het hoogtepunt van de Egyptische moderne
geschiedenis zou zijn, ik bezorgd ben dat een val van de top zeer verwoestend zou kunnen zijn. Ik schrijf, met een gezond respect voor de gevaren
die kunnen opdoemen, uit angst dat de Egyptische Arabische lente ons achteruit zal voeren in plaats van vooruit.
En dus beken ik aarzelend: ik ben Egyptisch, ik ben half joods en ik ben homoseksueel.
Dat mijn moeder joods is, is geen geringe bekentenis als je uit Egypte komt, ongeacht het tijdperk. En openlijk homo zijn heeft altijd betekent
dat je vraagt om moeilijkheden, maar misschien wel des temeer in deze tijd van politieke en sociale onrust. Met het oog op de overwinningen van
verschillende islamistische partijen in de afgelopen verkiezingen, moet een discussie worden gevoerd en een aantal vragen worden gesteld. Ik
vraag me af: ben ik welkom in het nieuwe Egypte?
Zullen Egyptisch, half joods en homo zijn altijd elkaar uitsluitende identiteiten blijven? Zijn het identiteiten die je moet verbergen?
Iran: oproep voor het leven van vier jonge homo's
Teheran, 13 mei 2012. Het Hooggerechtshof van de Islamitische Republiek Iran heeft bevestigd dat de doodstraf tegen vier homoseksuele
mannen: Vahid Akbari, Sahadat Arefi, Javid Akbari en Hushmand Akbari. Sharia - of de islamitische wet - identificeert homoseksuelen
als "vijanden van Allah" en bepaalt dat zij worden vervolgd of vermoord. Deze bloedige intolerantie werpt een schaduw van wreedheid
over de islam, een godsdienst die predikt vrede, mededogen en liefde. Groep EVERYONE vraagt de Hoge VN-Commissaris voor de mensenrechten,
de Europese Unie Commissaris voor de
mensenrechten, de Organisatie voor Islamitische samenwerking, de
Islamitische Mensenrechtencommissie en de civiele samenleving op onze oproep te steunen voor de verdediging van het leven van vier jonge
homo's en al diegenen die vervolging lijden omwille van hun aard.
Roberto Malini, Matteo Pegoraro, Dario Picciau - Iedereen Group
The invisible man (Isareal 20120)
Datum: woensdag 13 juni
Tijd: 18.00 uur
Thema: Vluchteling LHBT'ers in Isreal "invisible man"
Locatie: Montelbaanstoren - Oudeschans 2 - Amsterdam
"The Invisible Men" vertelt het onvertelde verhaal van vervolgde Palestijnse homo's die zijn weggelopen van hun familie en die zich nu
illegaal verborgen houden in Tel Aviv. Hun verhalen worden verteld door de helden in de film: Louie, 32 jaar, een homoseksuele Palestijn
die zich al acht jaar in Tel Aviv verborgen houdt, Abdu, 24 jaar, die in Ramallah als homo werd ontmaskerd en vervolgens beschuldigd werd
van spionage en gemarteld werd door Palestijnse veiligheidstroepen, Faris, 23 jaar, die uit de Westelijke Jordaanoever naar Tel Aviv
ontsnapte nadat zijn familie probeerde hem te doden. Hun enige kans om te overleven is door buiten Israël en Palestina asiel aan te
vragen en hun land voorgoed te verlaten.
Er is al veel gezegd over het lot van homoseksuelen in de islamitische wereld, maar zij die vastzitten in de getto's van de Westelijke
Jordaanoever en de Gazastrook lijden des te meer. Daar reizen geruchten over seksuele identiteit snel en worden bedreigingen omgezet in
ernstig lichamelijk letsel: als hun familie hen niet eerst vindt, beschuldigt de Palestijnse geheime dienst hen er direct van samen te
werken met de Israëlische geheime dienst (die in feite Palestijnse homo's exploiteert). Om die reden hebben deze mannen geen andere keus
dan illegaal te ontsnappen naar Israël en naar de meest liberale stad, Tel Aviv. Maar ook daar moeten ze een dubbelleven blijven leven.
Zonder adres, paspoort of bankrekening, zonder echte vrienden of echte geliefden, wordt Tel Aviv hun levende gevangenis. Om hen verder
te verstikken criminaliseert Israël iedereen die deze illegale Palestijnen voorziet van huisvesting, werkgelegenheid of vervoer.
Tijdens het werk aan deze film brak ik de wet, maar het zou niet zo hebben moeten zijn. Israël heeft internationale verdragen geratificeerd
die haar verplichten iedereen te beschermen wiens leven in gevaar is. Maar nogmaals, de Palestijnen tellen niet mee. Israël deporteert ze
gewoon terug naar de bezette gebieden, waardoor Palestijnse homo's geen andere keus hebben dan politiek asiel te zoeken in een derde land
en daardoor voor altijd afstand te doen van hun identiteit, cultuur en volk. "The Invisible Men" is de eerste film om deze crisis en het
proces er omheen zichtbaar te maken.
Net als Louie inmiddels, ben ik 34 jaar oud en verhuisde ik 10 jaar geleden naar Tel Aviv. Maar in tegenstelling tot Louie, die werd gedwongen
om uit de kast te komen en zijn leven riskeert door er uit te blijven, hield ik me tot mijn vijfentwintigste verborgen. Het is die gedeelde
pijn die me Louie's karakter deed ontplooien.
Mijn interesse in mensen zoals Louie begon al lang voordat ik hem ontmoette. Ik was altijd al geïntrigeerd door de levens van de homoseksuele
Palestijnse mannen die kilometers van Tel Aviv vandaan leven, geïsoleerd door beveiligingshekken, checkpoints en hun diep religieuze samenleving.
Maar door de politieke realiteit van de bezetting kon ik zulke mannen nooit ontmoeten. In 2008 las ik "Nowhere to Run: Gay Palestinian
Asylum-seekers in Israel", een rapport van twee advocaten van de Human Rights Clinic van de Universiteit van Tel Aviv. Hun onderzoek bevat
de getuigenissen van homoseksuele Palestijnen die ontsnapt waren naar Tel Aviv - monologen die vreselijke verhalen vertellen van emotionele
en fysieke marteling. Ik huilde toen ik het rapport telkens opnieuw las. Voor het eerst hoorde ik dat er homo's waren in Tel Aviv, de meest
liberale stad in het Midden-Oosten, die gedwongen werden weer onder te duiken omdat ze Palestijns zijn. Die dubbele bedreiging - van
homoseksueel zijn in Palestina en Palestijn in Israël - maakte me vastberaden om deze mannen te vinden en hun benarde toestand te openbaren
aan Israël en de wereld.
In bepaalde opzichten is Louie een van de grootste slachtoffers, vervreemd op zoveel niveaus dat hij is achtergebleven zonder een thuis,
familie, vrienden, een nationaliteit of een identiteit. Het is mijn doel om de Israëlische antipathie en ambivalentie inzake deze onschuldige
jongens en mannen aan te vallen. Via Louie wil ik de sociaal-politieke barrières afbreken, die hebben bijgedragen aan zijn isolement aan beide
zijden van de Groene Lijn. En omdat ik homofobie waarachtig veroordeel waar het ook maar de overhand heeft, isoleer ik de Arabisch / islamitische
houding tegenover homoseksualiteit niet.
Documentaires hebben de buitengewone macht om de werkelijkheid die ze vastleggen te transformeren. Maar documentaires hebben ook de buitengewone
macht om de vastgelegde personages te transformeren, vooral als die zelf de camera hanteren. Zo zeer als het mijn doel is om deze onzichtbare
mannen onmiskenbaar zichtbaar te maken, zo is het hun moed om camera's op te nemen en voor hun leven te vechten, die deze film geïnspireerd heeft.
Yariv Mozer, regisseur en producer, is met uitzonderlijk resultaat afgestudeerd aan de Film Department van de universiteit van Tel-Aviv.
Mozer regisseerde de documentaire 'My First War "(2008, ZDF Arte, Noga Channel 8), winnaar van een speciale vermelding award van de Doc Aviv,
eerste verschijning genomineerde van de IDFA en winnaar van het Toronto Jewish Film Festival. Ook van zijn hand is de tv-documentaire "Another
Way, Noa & Mira Awad on the way to Eurovision 2009" voor IBA's Channel 1. Zijn laatste documentaire "The Invisible Men" heeft net de Special
Jury Award gewonnen van het Doc Aviv filmfestival. Momenteel werkt Mozer aan zijn eerste lange speelfilm "Slakken in de regen." Mozer is lid
van de Israëlische Academy of Motion Pictures en het Israëlische Documentary Filmmakers Forum. Daarnaast is Mozer lid van de European Film
Academy en de eerste Israëlische producent die deelneemt in EAVE (European Audio Visual Entrepreneurs). In 2009 werd Mozer door Time Out Tel
Aviv geselecteerd als één van de duizend meest invloedrijke cultuur personen van Tel Aviv.
Geboren anders ( Nederland 2012)
Het verhaal van een transgender die gevlucht van Azerbeidjaan naar Turkije en van Turkije naar Nederland. De documentaire wordt in opdracht
van Secret Garden gemaakt en gepresenteerd op 13 juni vervolgt door een discussie. Meer over documentaire wordt later bekend.
Datum: woensdag 11 juli 2012
Tijd: vanaf 18.00 uur
Locatie: Montelbaanstoren - Oudeschans 2 - Amsterdam
There are few books in Arabic which openly discuss sexuality. Fewer still talk about homosexuality, and none have dared to mention
transsexuals. None, that is, until Lebanese journalist Hazem Sageigh wrote a biography about a pioneer of the Arab underground
transgender movement, telling her story of becoming a woman in Algeria. Published in 2010, 'Muzakerat Randa Al-Trans' ('The Memoirs
of Randa the Trans') describes Randa's struggle to forge her identity while battling family, society, country and religion. Both
beautiful and brutally candid, the book traces Randa's life from boyhood to her first sexual experience with a man, an episode
which is described in this extract below, translated exclusively by the Arab-Israeli Book Review.
'My name is Randa'
I constantly wished to change my name. I felt what colonised countries must have felt when, upon gaining independence, they hastened
to choose a different name from that which the coloniser had given them. One's existence, I felt, couldn't become complete unless her
name were identical with her personality; nor could she genuinely present herself to the world, or properly identify herself, if her
name remained contrary to who she really is.
Once I thought of renaming myself Miriam. The revered statue of Miriam (Mary), and her symbolic representations in Christianity,
didn't put me off, even though I am a Muslim. A burning obsession overtook me to get rid of Fouad, my male name: Fouad must die;
I must kill and bury him. I settled on Randa. It was the name my mother once told me she would have chosen had I been born a girl.
I had been deprived of my name the same way I was deprived of being the person I loved to be. When I was fourteen, I loved to
sew clothes for my siblings and myself. I thought of myself as a good tailoress, but I was rebuked because sewing, I was told,
was for girls. Even now my thwarted desire leads my memory back to our sewing machine, to the scissors, needle and thread.
I liked cooking too. I prepared delicious recipes which were loved by everyone who tasted them. But I was told that for a man to stand
in the kitchen is shameful beyond description. I used to wait for my family to go out so I could go into the kitchen and prepare the
recipes I'd dreamt about. I carried out all this as though it were some secret activity totally prohibited by common laws, and once
finished I'd rush to conceal all traces, washing pots and dishes, and airing the whole house to get rid of the smell, so that my family
wouldn't come back and catch me red-handed. The more complicated the recipes were, the more I liked preparing them.
It was the same when I once fancied belly-dancing. I loved to dance, performing delicate movements, especially ones through which
femininity and sensual signs are clearly revealed. The desire to practice belly-dancing lingered with me for a long time. I used to
watch dancing programmes on the telly, wishing to learn, but of course this was not a wish I could contemplate fulfilling. This sort
of thing was for women. And I, alas, was a man.
I also wanted to be a fashion designer. Again I was rebuked. This is not a bread-winning career, I was told. Most importantly, it's not
for men. But I persevered, though it felt as if I were climbing a mountain barefooted. It felt as if only with tears and blood could I
forge my right identity and occupy the space which my imagination sought.
It's expected that women eat less than men to look slim, so I starved myself until I became anorexic. Like all those obsessed with being
skinny, I felt dirty and guilty every time I ate, and rushed to throw up. Being full of food disgusted me and made me want to cleanse
myself. If I couldn't control the insides and depths of my body, I could at least take charge of it from the outside. I could make sure
it didn't look like that of a man.
These concerns over my appearance aside, existential questions persisted. I constantly asked myself: who was I? Who was the person whose
name and gender and will seem to go against her? Who was deprived of possessing her own body, deprived of hobbies and sources of pleasure?
And where do you expect me to start searching for meaning in a narrow-minded world, a world which is particularly ungenerous with meaning?
It's impossible to exist among the people of Algeria, at work or in the street, being nothing but a ghostly figure, who cannot acknowledge
her interior demands. Who might look at herself and suspect there is no self there. Worse still, who lives among such strictness and ignorance
that she might be tempted to believe all this and give up.
My search for names and meaning met with little success in a world which kept persecuting and rejecting me; not allowing me the slightest acceptance.
I was fourteen when I first heard the word gay. It was said in English, probably because homosexuals' names, and homosexuality generally, are
often mentioned abusively in Arabic. I thought then that every gay-bottom thought of himself a girl, and that his whole body language became feminine.
I was confused. My mind was suspended in a vacuum. The link between words and things remained unsettled, shaky. The freedom which was available
for me didn't really mean much; it was their freedom. As for my freedom to enjoy myself, the freedom I desperately sought but couldn't
possess,
I had lost its meaning. I felt as if I had been kept in a freezer. My freedom had been frozen and postponed. My awareness of it came slow and late.
But something happened when I was sixteen. A crack in the life of secrecy appeared, and a new light shimmered through. I began watching porn films.
In my room I'd lower the TV sound and watch the adult channels. I especially enjoyed seeing the male organ of the actor, erect and potent.
When the actor took the woman in public, I used to fantasize that he was taking me instead. Right there in public, in the sunlight, in front of
all those people. He's the man and I'm the woman. During such sessions of fantasy I'd gently touch up my body, avoiding my penis. This was for
me alone, and not for it. I'd fantasize about the actor's penis penetrating me, in whatever orifice he wished. I was willing to welcome him
anywhere in my body.
Male domination became a source of excitement and joy for me. Male force and potency thrilled me, awakening what had been dormant. The man who
could dominate me best would be a typical brown-skinned stud. I wanted him to be strong, to touch my backside and excite me, but not to hurt me.
I'm not a masochist; I never fantasized about being raped. I wanted him to be strong, yet friendly, passionate and caring; someone who lusts
and loves, but still respects his partner.
It seemed I had made up a man who is impossible to find in the real world. Someone who, on the one hand, represents our myth of the first man,
the cave-man; but who, on the other hand, could restrain the first, tame him until he takes the shape of the second, another mythical and yet
non-existent man. I don't know whether I was trying to link the past to the future, tying up the man who I wished would invade me with the
woman that wanted to defend herself against his invasion. The adult TV carried me into a world which stimulated all sorts of ideas, letting
my imagination travel and grow.
In spite of all the ups and downs, I found myself getting into my first serious relationship. Malek seriously loved me, but he had a weird temper
and a relentless propensity for self-destruction. Whenever I rejected one of his requests he'd punish me, or himself, lacerating his body with
sharp objects. It was terrible and absurd, yet it engendered in both of us an extraordinary desire in which death was compounded with love and
lust. It wasn't easy for me. It was my first relationship and I was still reluctant. I always hesitated before surrendering my body to him. I'd
believed that Islam condemns homosexual relationships. But was I a man? And why does Islam designate me as a male? Indeed, what does my religion
say about this?
With Malek I knew my body better. I recognised its peculiarities as mine. When we slept together, Malek treated the whole thing as a simple
homosexual relationship. I didn't. When he penetrated me and I had an erection, I felt embarrassed; I was meant to be a woman. Malek didn't
understand my reaction, nor did my closest friends, who wouldn't concede that a man's source of pleasure is his penis, while for a woman it's
her whole body. It lasts longer for a woman; that's what men fear and won't admit. Reaching climax remained a costly process; either it was
mixed with great pain or followed by it. And things only got worse.
One night I returned home from an evening with Malek and found my father sitting in the kitchen, smoking. I assumed that his staying up had
nothing to do with me, that he was just suffering a slight insomnia or because he had some troubles relating to his work. But then without any
forewarning he started telling me how one's reputation is established from one's childhood onwards, and how I, Fouad, didn't come from an
ordinary family but from a well-known clan. He went on, asking rhetorical questions: what will people say if you keep behaving this way? Do
you want them to make fun of you? To treat you the way they treated the mayor?
The mayor of the town was homosexual, and people called him Pamela, after Pamela Anderson. I switched off. I stopped hearing his voice, or
the voices in the street of people not yet asleep. I only saw his lips moving, appearing in different forms and shapes as if they were a rubber
band, while I felt as if I were in a silent film. Mechanically and nervously I started eating, hoping he'd leave me alone. But when I raised my
eyes and saw his lips still going on, I left him without asking his permission and rushed up to my room. I tore down posters and threw my books
and ornaments across the floor.
I was furious. If I were so bad, I thought, then it was only because of my parent's education, or because of something they had done or that
was done to them. My anger seemed like it would never end. I threw myself over the things I had broken and scattered across the room. I didn't
know whether I was punishing my parents or myself, whether I meant to attack my tendencies and moods, or just to exhaust my body throughout
that long night. I slept.
The surprise happened the day after. I'd expected mother to tell me off for what I had done with my room. I'd been getting ready for an inescapable
confrontation, rehearsing for the expected row: 'If she says this I'll say that, and if she accuses me of this I'll reply with such and such. If
she raises her voice, I'll raise mine!'
But to my utter surprise I saw her laughing in an unusually cheeky way, as if nothing serious had actually happened. She seemed to be saying, 'No
problem now, it's finished and gone!' I suspected it was actually her, the stronger of my parents, who had put my father up to it. And perhaps
because of that, she felt that she needn't be angry for what I had done. The point that she wanted made had been made, and that was the end of
the matter.
But who's to say that's the end, who's to decide the end of a matter that concerns my life and body and desires? The inevitable question recurred:
what felony was I being punished for? If I believed in reincarnation, I would have suspected that I had previously been a tyrant or murderer, and
had to suffer for this in my present life.
The story needed an ending, and that ending must mean my own, I believed. So I borrowed my father's car, pretending that I was going to do some
shopping, and tried to run myself down a high hill. The car crashed but, ironically enough, because I didn't put on the safety belt I got stuck
between the two front seats and, unfortunately, survived.
Request:
We regularly seek temporary and free housing for gay, lesbian and transgender people who, because of their sexual identity, had to flee
from their country, or who, even in the Netherlands, are put out on the street by their families. These people need this housing as they
are discriminated against and sometimes even threatened with death.
Given this, it goes without saying that your address will not be shared with any party outside of Secret Garden, so that it is and would
remain safe for everyone. We are not asking for ***-shelter, but rather for security for our clients. We will, in consultation with other
organizations, see to it that each visit will be as short as possible and that a definitive solution is found as quickly as possible.
You can register at the Secret Garden Foundation, which will then quickly contact you to arrange a call so we speed the process and offer our
clients a safe place as soon as possible.
We can be reached at 020-778 6120 or 06 14 10 84 42; our email address is [email protected]
Manal (26)
A rumor was enough for a death sentence
Manal looks at me searchingly with her heavily made-up eyes and asks for the umpteenth time whether her sweater is too revealing of her bosom.
She hasn't had much luck, save for this: that she was a child of a gynaecologist who realized rather quickly that there was something a bit off
about her. She - the gynaecologist - let her son, Malik, be tested when he was only six, and discovered that he had a physiological imbalance.
"It's not your fault, dear," said my mother, "your body just makes too many female hormones. And when I later got stubble and found shaving
horrible, she said I had to do as my sisters were doing, and wax. And then, everything was clear between us. "
Manal's mother dealt with Ali without a problem at home, but it was different outside. "I was bullied at school, insulted on the street. And
the love of my mother - who shortly after the birth of my brother also became a widow - couldn't change that. She had to look after herself."
As the mother of Manal she surely sullied the honor of the clan.
And yet. The harassment from her childhood would seem like nothing compared to what was awaiting Manal after the American invasion. "A rumor
was enough for a death sentence. I worked as a hairdresser in people's homes, but from the spring of 2003, I barely left home. I went about
only by taxi and always wore a corset to conceal my breasts, which
had become more prominent because of the female hormone therapy I was undergoing."
Such protection would, however, one day in August 2007, prove futile, when Manal had to step out of her taxi at a checkpoint of the Mahdi militia.
To her surprise she saw that the driver was later sent away.
"First they discovered my hair stuff; I had just come from a customer. They noted my personal details and my mobile number, and started to frisk me
roughly. One of the young men took my corset off with a grin and waved it as if it were a trophy. Now we can have a party, responded one of the
others, and then the three of them violently raped me."
Manal came home that evening more dead than alive. Her mother wanted to bring her to the hospital, but it was too dangerous. "In the next
four months, the guys called me ten times. I went there twice. They had warned me that it was my choice - if I didn't come voluntarily they
would find me at home and kill me."
To Manal's mother, one thing was clear: she had to leave the country; in Iraq, she had no future. "On 29 May last year I left. I didn't want
to. My mother is the air that I breathe; leaving her was impossibly difficult. But she insisted that I flee to the Netherlands." "There you will
be respected," she promised. "In the Netherlands even men can marry men."
Manal requested asylum in June, but has been so far refused. The Hague has no doubt that she's from Central Iraq, nor do they doubt that she is
transsexual. But they found the story of how she got here incoherent. "Today I am happy," she says as we walk back to the station, where she and
Houssain will take the train to the refugee center. "My voice was heard; she's travelled a long way. From my mother's room in Baghdad to your
readers. Thank you. "
Manal has meanwhile been granted a residence permit.
MOVING PINK ORDINARY: EXTRAODINARY
MOVING PINK presents on three different spots in Amsterdam, six exhibitions, during GAY PRIDE WEEK (July 30 to August 5 2012) of, for, with and
by artists from Central Europe, the Middle East, South-America and the Netherlands.
The exhibitions show how ordinary the extraordinary is and how the Gay World is moving constantly worldwide. Special attention will be focussed
on Lady love, Transgenders, Immigrants and the Elderly.
'Ordinary Extraordinary' is presented in a light perspective, not as a problem, but with humour to recognize painful situations.
Moving Pink invites you to visit the exhibitions at the corners of scalene pink triangle: Haarlemmerdijk, Spui, Montelbaanstoren.
In consultation with Nursing Home De Rietvinck the documentary "Villa Avondroze" by Tjarda Hoekstra, will be shown, about the first gay
elderly inhabitants of the L.A. Rieshuis, next door to De Rietvinck.
An announcement in your magazine, preferably a report and editorial comment would be more than welcome.
MOVING PINK is an initiative of Galerie Hooffzaak and Galerie W1F. These exhibitions were organised together with the Foundation
Garden and the Tsjechisch Centrum Rotterdam.
Stories from the Middle-East
Coming Out Story: We're Not in Cairo Anymore
I write this article in fear. Fear for my country, fear for my family, and fear for myself. My parents will be shocked to read it, surely
preferring I stay in the shadows and keep silent, at least for the time being. But I can't.
Last January, I left Egypt with a heavy heart. I traveled to America, leaving behind my family, friends, and compatriots who were in the
midst of embarking on a heroic journey toward self-determination. Despite the sound of gunshots in the streets and the images of Anderson
Cooper being struck repeatedly over the head on CNN, I left hopeful that I would return to find a more tolerant and equal society. While
I benefited from a life of privilege being Omar Sharif's grandson, it was always coupled with the onerous guilt that such a position might
have been founded upon others' sweat and tears.
One year since the start of the revolution, I am not as hopeful.
The troubling results of the recent parliamentary elections dealt secularists a particularly devastating blow. The vision for a freer, more
equal Egypt - a vision that many young patriots gave their lives to see realized in Tahrir Square - has been hijacked. The full spectrum of
equal and human rights are now wedge issues used by both the Supreme Council of the Egyptian Armed Forces and the Islamist parties, when they
should be regarded as universal truths.
I write this article despite the inherent risks associated because as we stand idle at what we hoped would be the pinnacle of Egyptian modern
history, I worry that a fall from the top could be the most devastating. I write, with healthy respect for the dangers that may come, for fear
that Egypt's Arab Spring may be moving us backward, not forward.
And so I hesitantly confess: I am Egyptian, I am half Jewish, and I am gay.
That my mother is Jewish is no small disclosure when you are from Egypt, no matter the year. And being openly gay has always meant asking for
trouble, but perhaps especially during this time of political and social upheaval. With the victories of several Islamist parties in recent
elections, a conversation needs to be had and certain questions need to be raised. I ask myself: Am I welcome in the new Egypt?
Will being Egyptian, half Jewish, and gay forever remain mutually exclusive identities? Are they identities to be hidden?
Iran: appeal for the lives of four young gay men
Tehran, May 13, 2012. The Supreme Court of the Islamic Republic of Iran has confirmed the death sentence against four gay men: Vahid Akbari,
Sahadat Arefi, Javid Akbari and Hushmand Akbari. Sharia - or Islamic law - identifies homosexuals as "Enemies of Allah" and provides that
they are persecuted or murdered. This bloody intolerance casts a shadow of cruelity on Islam, a religion that preaches peace, compassion and
love. EveryOne Group is asking the United Nations High Commissioner on Human Rights, the European Union Commissioner for Human Rights,
the Organization for Islamic Cooperation, the Islamic Human Rights Commission and civil society to support our call for the defense
of the lives of four young homosexuals and all those who suffer persecution because of their nature.
Roberto Malini, Matteo Pegoraro, Dario Picciau - EveryOne Group
The invisible man (Isareal 20120)
Date: Wednesday June 13, 2012
Time: 18.00 h
Location: Montelbaanstoren - Oudeschans 2 - Amsterdam
'The Invisible Men' tells the untold story of persecuted gay Palestinian who have run away from their families and are now hiding illegally
in Tel Aviv. Their stories are told through the film's heroes: Louie, 32 years old, a gay Palestinian who has been hiding in Tel Aviv for
the past 8 years; Abdu, 24 years old, who was exposed as gay in Ramallah and then accused of espionage and tortured by Palestinian security
forces; Faris, 23 years old, who escaped to Tel Aviv from the West Bank after his family tried to kill him. Their only chance for survival -
to seek asylum outside Israel and Palestine and leave their homelands forever behind.
Much has been said about the plight of homosexuals in the Muslim world, yet those stuck in the ghettos of the West Bank and Gaza suffers all
the more. There, rumors about sexual identity travel fast-and rapidly turn threats into serious physical harm: if their families don't find
them first, the Palestinian secret service immediately accuses them of cooperating with the Israeli secret service (that does in fact exploit
gay Palestinians). For that reason, these men have no choice but to escape illegally to Israel and to its most liberal city, Tel Aviv. But
even there they must continue to live double lives. With no address, no passport or bank account, no real friends, no true lovers, Tel Aviv
becomes their living prison. To suffocate them further, Israel criminalizes anyone who provides these illegal Palestinians with accommodation,
employment, or transportation.
I broke the law during the work on this film-but it should not have been this way. Israel has ratified international treaties that obligate it
to protect anyone whose life is at risk. But again, Palestinians don't count. Israel simply deports them back to the Occupied Territories, leaving
gay Palestinians with no choice but to seek political asylum in a third country-to forever abandon their identity, culture, and people. "The
Invisible Men" is the first film to reveal this crisis and process.
Like Louie, I am 34 years old and moved to Tel Aviv 10 years ago. But unlike Louie, who was forced to come out of the closet and risks his life
to remain outside it, I stayed hidden until the age of 25. It is that shared pain that drove me to unfurl Louie's character.
My interest in people like Louie began long before I met him. I had always been intrigued by the lives of gay Palestinian men who live kilometers
from Tel Aviv, isolated by security fences, checkpoints, and their deeply religious society. However, the political reality of the Occupation never
allowed me to meet such men. In 2008, I read "Nowhere to Run: Gay Palestinian Asylum-Seekers in Israel," a report published by two lawyers from the
Tel Aviv University Human Rights Clinic. Their research includes the testimonies of gay Palestinians who had escaped to Tel Aviv-monologues that
recount awful stories of emotional and physical torture. I cried as I read the report again and again. For the first time, I learned that there
were gay men in Tel Aviv, the most liberal city in the Middle East, forced back into hiding because they were Palestinian. That double threat-of
being gay in Palestine and Palestinian in Israel-made me determined to find these men and to expose their plight to Israel and the world.
In certain respects, Louie is one of its greatest victims, alienated on so many levels that he's been left without a home, family, friends, a
nationality, or an identity. It is my goal to strike at Israeli antipathy and ambivalence toward these innocent boys and men. Through Louie, I
want to break down the socio-political barriers that have contributed to his isolation on both sides of the Green Line. And while I certainly
condemn homophobia wherever it prevails, I do not single out Arab/Islamic attitudes toward homosexuality..
Documentary film has the extraordinary power to transform the reality it captures. But documentary film also has the extraordinary power to
transform its characters, especially when they get behind their own cameras. As much as it is my goal to render these invisible men undeniably
visible, it is their bravery-to take cameras and fight for their lives-that inspired this film.
Yariv Mozer, Director and Producer, had graduated with distinction from Tel-Aviv University's Film Department.
Mozer directed the documentaries "My First War" (2008, Zdf Arte, Noga CH.8), winner of DocAviv special mention award, IDFA first appearance
nominee and Winner of Toronto Jewish Film Festival and the TV documentary "Another Way, Noa & Mira Awad on the way to Eurovision 2009" for
IBA's Ch. 1. His latest documentary The Invisible Men has just won the special jury award of the Doc Aviv film festival. Currently, he is
working on his first feature film "Snails in the Rain." Mozer is a member of the Israel Academy of Motion Pictures and the Israeli
Documentary Filmmakers Forum. In addition, Mozer is a member of the European Film Academy and the first Israeli producer to participate
in EAVE (European Audio Visual Entrepreneurs). In 2009, Mozer was selected as 1 of 1000 of Tel Aviv's most influential culture people by Time Out Tel Aviv.
Born Different ( the Netherlands 2012 - Premiere)
The story of a transgender who fled from Azerbaijan to Turkey and from Turkey to the Netherlands. The documentary is commissioned by
Secret Garden created and presented on June 13, continues with a discussion. More about documentary will be announced later.
The documentary is done by H. Yldiz
Date: Wednesday, July 11, 2012
Time: at 18.00 h
Location: Montelbaanstoren - Oudeschans 2 - Amsterdam